opper-
has 2 meanings
Dutch
- oppassen voor
- oppasser
- oppasster
- oppeppen
- oppepper
opper-
- opperarmbeen
- opperbevelhebber
- opperen
- opperhuid
- opperleenheer
- opperleenheerschap
- opperpriester
- opperrechter van het Hooggerechtshof
- oppersen
- opperst
- Opperste Sovjet
- oppervlak
- oppervlakkig
- oppervlakkige kennis
- oppervlakkigheid
- oppervlakte
- oppervlakte in acres
- oppeuzelen
- oppiepen
- oppijpen
- oppikken
- opplakken
- opploegen
- opplooien
- oppoetsen

