Dutch Dutch

opkopen (bedrijf)

English English

buy up (bedrijf)

German German

aufkaufen (bedrijf)

French French

acheter en bloc (bedrijf)

Italian Italian

Spanish Spanish

acaparar (bedrijf)

Portuguese Portuguese

absorver (bedrijf) comprar (bedrijf)

Swedish Swedish

köpa upp (bedrijf)


Verb forms of opkopen

irr. op
Tegenwoordig en verleden deelwoord opkopend und opgekocht

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens koop op koopt op koopt op kopen op kopen op kopen op
Imperfect kocht op kocht op kocht op kochten op kochten op kochten op
Toekomende tijd I zal opkopen zult opkopen zal opkopen zullen opkopen zullen opkopen zullen opkopen
Conditionalis I zou opkopen zou opkopen zou opkopen zouden opkopen zouden opkopen zouden opkopen
Perfectum heb opgekocht hebt opgekocht heeft opgekocht hebben opgekocht hebben opgekocht hebben opgekocht
Voltooid verleden tijd had opgekocht had opgekocht had opgekocht hadden opgekocht hadden opgekocht hadden opgekocht
Toekomende tijd II zal opgekocht hebben zult opgekocht hebben zal opgekocht hebben zullen opgekocht hebben zullen opgekocht hebben zullen opgekocht hebben
Conditionalis II zou hebben opgekocht zou hebben opgekocht zou hebben opgekocht zouden hebben opgekocht zouden hebben opgekocht zouden hebben opgekocht
Imperatief - koop op - - koopt op -
translation - opkopen translate | Dutch dictionary