onverzoenlijk
has one meaning
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
- onverwoestbaar
- onverwoordbaar
- onverzadigbaar
- onverzettelijk
- onverzettelijkheid
onverzoenlijk
- onverzorgd
- onvoldoende
- onvoldoende hebben
- onvoldoende presteren
- onvoldoende zijn
- onvoldoende zijn voor
- onvolkomen
- onvolkomenheden
- onvolkomenheid
- onvolledig
- onvolledigheid
- onvolmaakt
- onvoltooid
- onvoltooid voorwaardelijke wijs
- onvolwassen
- onvolwassenheid
- onvoorbereid
- onvoorbereid spreken
- onvoordelig
- onvoorspelbaar
- onvoorstelbaar
- onvoorwaardelijk
- onvoorzichtig
- onvoorzichtigheid
- onvoorzien

