onverstoord
has one meaning
Dutch
French
Italian
Spanish
Portuguese
- onverslijtbaar
- onverstandig
- onverstoorbaar
- onverstoorbaar kalm
- onverstoorbaarheid
onverstoord
- onverteerbaar
- onverteerbare vezels
- onvervalst
- onvervalstheid
- onvervangbaar
- onvervreemdbaar
- onvervreemdbaar recht
- onvervuild
- onverwacht
- onverwachtheid
- onverwachts
- onverwachts verschijnen
- onverwoestbaar
- onverwoordbaar
- onverzadigbaar
- onverzettelijk
- onverzettelijkheid
- onverzoenlijk
- onverzorgd
- onvoldoende
- onvoldoende hebben
- onvoldoende presteren
- onvoldoende zijn
- onvoldoende zijn voor
- onvolkomen

