onvergenoegd zijn
has one meaning
Dutch
English
German
- onverenigbaarheid
- onvergankelijk
- onvergeeflijk
- onvergelijkbaar
- onvergelijkelijk
onvergenoegd zijn
- onvergetelijk
- onvergezeld
- onverhoed
- onverholen
- onverhoopt
- onverkiesbaar
- onverklaarbaar
- onverkort
- onverkrijgbaar
- onverkwikkelijk
- onvermengd
- onvermijdbaar
- onvermijdelijk
- onvermijdelijkheid
- onverminderd
- onvermoeibaar
- onvermogen
- onvermurwbaar
- onverplaatsbaar
- onversaagd
- onversaagdheid
- onverschillig
- onverschilligheid
- onverschoonbaar
- onverschrokken

