Dutch
Portuguese
Verb forms of ontwringen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | ontwringend | und | ontwrongen |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | ontwring | ontwringt | ontwringt | ontwringen | ontwringen | ontwringen |
| Imperfect | ontwrong | ontwrong | ontwrong | ontwrongen | ontwrongen | ontwrongen |
| Toekomende tijd I | zal ontwringen | zult ontwringen | zal ontwringen | zullen ontwringen | zullen ontwringen | zullen ontwringen |
| Conditionalis I | zou ontwringen | zou ontwringen | zou ontwringen | zouden ontwringen | zouden ontwringen | zouden ontwringen |
| Perfectum | heb ontwrongen | hebt ontwrongen | heeft ontwrongen | hebben ontwrongen | hebben ontwrongen | hebben ontwrongen |
| Voltooid verleden tijd | had ontwrongen | had ontwrongen | had ontwrongen | hadden ontwrongen | hadden ontwrongen | hadden ontwrongen |
| Toekomende tijd II | zal ontwrongen hebben | zult ontwrongen hebben | zal ontwrongen hebben | zullen ontwrongen hebben | zullen ontwrongen hebben | zullen ontwrongen hebben |
| Conditionalis II | zou hebben ontwrongen | zou hebben ontwrongen | zou hebben ontwrongen | zouden hebben ontwrongen | zouden hebben ontwrongen | zouden hebben ontwrongen |
| Imperatief | - | ontwring | - | - | ontwringt | - |
- ontwormen
- ontworstelen
- ontwortelen
- ontwrichten
- ontwrichting
ontwringen
- ontzadelen
- ontzag
- ontzaglijk
- ontzagwekkend
- ontzegd worden
- ontzegelen
- ontzeggen
- ontzeilen
- ontzenuwen
- ontzet
- ontzet zijn
- ontzetten
- ontzettend
- ontzettend gelukkig
- ontzettend gelukkig maken
- ontzettend slecht
- ontzetting
- ontzielen
- ontzien
- ontzilten
- ontzilting
- ontzinken
- ontzinnen
- ontzouten
- ontzuilen

