ontwortelen
has 2 meanings
Dutch
German
Spanish
Portuguese
Swedish
Verb forms of ontwortelen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | ontwortelend | und | ontworteld |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | ontwortel | ontwortelt | ontwortelt | ontwortelen | ontwortelen | ontwortelen |
| Imperfect | ontwortelde | ontwortelde | ontwortelde | ontwortelden | ontwortelden | ontwortelden |
| Toekomende tijd I | zal ontwortelen | zult ontwortelen | zal ontwortelen | zullen ontwortelen | zullen ontwortelen | zullen ontwortelen |
| Conditionalis I | zou ontwortelen | zou ontwortelen | zou ontwortelen | zouden ontwortelen | zouden ontwortelen | zouden ontwortelen |
| Perfectum | heb ontworteld | hebt ontworteld | heeft ontworteld | hebben ontworteld | hebben ontworteld | hebben ontworteld |
| Voltooid verleden tijd | had ontworteld | had ontworteld | had ontworteld | hadden ontworteld | hadden ontworteld | hadden ontworteld |
| Toekomende tijd II | zal ontworteld hebben | zult ontworteld hebben | zal ontworteld hebben | zullen ontworteld hebben | zullen ontworteld hebben | zullen ontworteld hebben |
| Conditionalis II | zou hebben ontworteld | zou hebben ontworteld | zou hebben ontworteld | zouden hebben ontworteld | zouden hebben ontworteld | zouden hebben ontworteld |
| Imperatief | - | ontwortel | - | - | ontwortelt | - |
- ontwikkelingsland
- ontwinden
- ontwoekeren
- ontwormen
- ontworstelen
ontwortelen
- ontwrichten
- ontwrichting
- ontwringen
- ontzadelen
- ontzag
- ontzaglijk
- ontzagwekkend
- ontzegd worden
- ontzegelen
- ontzeggen
- ontzeilen
- ontzenuwen
- ontzet
- ontzet zijn
- ontzetten
- ontzettend
- ontzettend gelukkig
- ontzettend gelukkig maken
- ontzettend slecht
- ontzetting
- ontzielen
- ontzien
- ontzilten
- ontzilting
- ontzinken

