search term:

ontruimen

  has 4 meanings

Dutch Dutch

ontruimen (algemeen, obstakel, huis, plaats)

English English

clear (obstakel, plaats) evacuate (algemeen) vacate (huis)

German German

evakuieren (algemeen) räumen (algemeen, huis, obstakel, plaats) verlassen (huis)

French French

débarrasser (algemeen, huis, obstakel, plaats) dégager (algemeen, huis, obstakel, plaats) déménager (algemeen, huis, obstakel, plaats) faire le vide dans (algemeen, huis, obstakel, plaats) refouler (algemeen, huis, obstakel, plaats) évacuer (algemeen, huis, obstakel, plaats)

Italian Italian

evacuare (algemeen, huis, obstakel, plaats) lasciare libero (algemeen, huis, obstakel, plaats) liberare (algemeen, huis, obstakel, plaats) sfollare (algemeen, huis, obstakel, plaats) sgomberare (algemeen, huis, obstakel, plaats) sgombrare (algemeen, huis, obstakel, plaats)

Spanish Spanish

dejar libre (algemeen, huis, obstakel, plaats) desocupar (algemeen, huis, obstakel, plaats) despejar (algemeen, huis, obstakel, plaats) evacuar (algemeen, huis, obstakel, plaats) remover (algemeen, huis, obstakel, plaats)

Portuguese Portuguese

desimpedir (algemeen, huis, obstakel, plaats) desobstruir (algemeen, huis, obstakel, plaats) desocupar (algemeen, huis, obstakel, plaats) evacuar (algemeen, huis, obstakel, plaats) liberar (algemeen, huis, obstakel, plaats)

Swedish Swedish

evakuera (algemeen, huis, obstakel, plaats) flytta ifrån (algemeen, huis, obstakel, plaats) rensa (algemeen, huis, obstakel, plaats) röja (algemeen, huis, obstakel, plaats) tömma (algemeen, huis, obstakel, plaats) utrymma (algemeen, huis, obstakel, plaats)


Verb forms of ontruimen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord ontruimend und ontruimd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens ontruim ontruimt ontruimt ontruimen ontruimen ontruimen
Imperfect ontruimde ontruimde ontruimde ontruimden ontruimden ontruimden
Toekomende tijd I zal ontruimen zult ontruimen zal ontruimen zullen ontruimen zullen ontruimen zullen ontruimen
Conditionalis I zou ontruimen zou ontruimen zou ontruimen zouden ontruimen zouden ontruimen zouden ontruimen
Perfectum heb ontruimd hebt ontruimd heeft ontruimd hebben ontruimd hebben ontruimd hebben ontruimd
Voltooid verleden tijd had ontruimd had ontruimd had ontruimd hadden ontruimd hadden ontruimd hadden ontruimd
Toekomende tijd II zal ontruimd hebben zult ontruimd hebben zal ontruimd hebben zullen ontruimd hebben zullen ontruimd hebben zullen ontruimd hebben
Conditionalis II zou hebben ontruimd zou hebben ontruimd zou hebben ontruimd zouden hebben ontruimd zouden hebben ontruimd zouden hebben ontruimd
Imperatief - ontruim - - ontruimt -
translation - ontruimen translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000