ontredderen
has one meaning
Dutch
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Verb forms of ontredderen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | ontredderend | und | ontredderd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | ontredder | ontreddert | ontreddert | ontredderen | ontredderen | ontredderen |
| Imperfect | ontredderde | ontredderde | ontredderde | ontredderden | ontredderden | ontredderden |
| Toekomende tijd I | zal ontredderen | zult ontredderen | zal ontredderen | zullen ontredderen | zullen ontredderen | zullen ontredderen |
| Conditionalis I | zou ontredderen | zou ontredderen | zou ontredderen | zouden ontredderen | zouden ontredderen | zouden ontredderen |
| Perfectum | heb ontredderd | hebt ontredderd | heeft ontredderd | hebben ontredderd | hebben ontredderd | hebben ontredderd |
| Voltooid verleden tijd | had ontredderd | had ontredderd | had ontredderd | hadden ontredderd | hadden ontredderd | hadden ontredderd |
| Toekomende tijd II | zal ontredderd hebben | zult ontredderd hebben | zal ontredderd hebben | zullen ontredderd hebben | zullen ontredderd hebben | zullen ontredderd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben ontredderd | zou hebben ontredderd | zou hebben ontredderd | zouden hebben ontredderd | zouden hebben ontredderd | zouden hebben ontredderd |
| Imperatief | - | ontredder | - | - | ontreddert | - |
- ontraden
- ontrading
- ontrafelen
- ontratten
- ontredderd
ontredderen
- ontreddering
- ontregeld
- ontregelen
- ontrieven
- ontroerd
- ontroerd zijn
- ontroeren
- ontroerend
- ontroering
- ontroesten
- ontrollen
- ontromen
- ontroostbaar
- ontrouw
- ontrouw zijn
- ontroven
- ontruimen
- ontruiming
- ontrukken
- ontrusten
- ontschepen
- ontschieten
- ontschoeien
- ontschorsen
- ontsieren

