ontrafelen
has one meaning, 2 synonym groups and 7 synonyms
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
Verb forms of ontrafelen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | ontrafelend | und | ontrafeld |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | ontrafel | ontrafelt | ontrafelt | ontrafelen | ontrafelen | ontrafelen |
| Imperfect | ontrafelde | ontrafelde | ontrafelde | ontrafelden | ontrafelden | ontrafelden |
| Toekomende tijd I | zal ontrafelen | zult ontrafelen | zal ontrafelen | zullen ontrafelen | zullen ontrafelen | zullen ontrafelen |
| Conditionalis I | zou ontrafelen | zou ontrafelen | zou ontrafelen | zouden ontrafelen | zouden ontrafelen | zouden ontrafelen |
| Perfectum | heb ontrafeld | hebt ontrafeld | heeft ontrafeld | hebben ontrafeld | hebben ontrafeld | hebben ontrafeld |
| Voltooid verleden tijd | had ontrafeld | had ontrafeld | had ontrafeld | hadden ontrafeld | hadden ontrafeld | hadden ontrafeld |
| Toekomende tijd II | zal ontrafeld hebben | zult ontrafeld hebben | zal ontrafeld hebben | zullen ontrafeld hebben | zullen ontrafeld hebben | zullen ontrafeld hebben |
| Conditionalis II | zou hebben ontrafeld | zou hebben ontrafeld | zou hebben ontrafeld | zouden hebben ontrafeld | zouden hebben ontrafeld | zouden hebben ontrafeld |
| Imperatief | - | ontrafel | - | - | ontrafelt | - |
synonyms for ontrafelen
decoderen, ontraadselen, oplossen
uitpluizen
onderzoeken, uitplussen, uitrafelen, uitspitten
All Synonyms for ontrafelen
- ontpolderen
- ontpoppen
- ontraadselen
- ontraden
- ontrading
ontrafelen
- ontratten
- ontredderd
- ontredderen
- ontreddering
- ontregeld
- ontregelen
- ontrieven
- ontroerd
- ontroerd zijn
- ontroeren
- ontroerend
- ontroering
- ontroesten
- ontrollen
- ontromen
- ontroostbaar
- ontrouw
- ontrouw zijn
- ontroven
- ontruimen
- ontruiming
- ontrukken
- ontrusten
- ontschepen
- ontschieten

