onteren
has 3 meanings, 2 synonym groups and 3 synonyms
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Verb forms of onteren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | onterend | und | onteerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | onteer | onteert | onteert | onteren | onteren | onteren |
| Imperfect | onteerde | onteerde | onteerde | onteerden | onteerden | onteerden |
| Toekomende tijd I | zal onteren | zult onteren | zal onteren | zullen onteren | zullen onteren | zullen onteren |
| Conditionalis I | zou onteren | zou onteren | zou onteren | zouden onteren | zouden onteren | zouden onteren |
| Perfectum | heb onteerd | hebt onteerd | heeft onteerd | hebben onteerd | hebben onteerd | hebben onteerd |
| Voltooid verleden tijd | had onteerd | had onteerd | had onteerd | hadden onteerd | hadden onteerd | hadden onteerd |
| Toekomende tijd II | zal onteerd hebben | zult onteerd hebben | zal onteerd hebben | zullen onteerd hebben | zullen onteerd hebben | zullen onteerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben onteerd | zou hebben onteerd | zou hebben onteerd | zouden hebben onteerd | zouden hebben onteerd | zouden hebben onteerd |
| Imperatief | - | onteer | - | - | onteert | - |
synonyms for onteren
- ontegenzeglijk
- onteigenen
- onteigening
- ontelbaar
- ontembaar
onteren
- onterend
- onterven
- ontevreden
- ontevreden maken
- ontevreden zijn
- ontevredenheid
- ontfermen
- ontfronsen
- ontfutselen
- ontgaan
- ontgassen
- ontgelden
- ontgeven
- ontginbaar
- ontginnen
- ontginning
- ontglazen
- ontglijden
- ontglippen
- ontgloeien
- ontgonnen
- ontgoocheld
- ontgoochelen
- ontgoochelend
- ontgoocheling

