onduidelijk uitspreken
has one meaning
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
- ondoorschijnend
- ondoorzichtigheid
- ondraaglijk
- ondubbelzinnig
- onduidelijk
onduidelijk uitspreken
- onduidelijkheid
- onduldbaar
- onduleren
- onecht
- onecht kind
- onechte breuk
- oneconomisch
- oneer
- oneerbaar voorstel
- oneerbiedig
- oneerbiedigheid
- oneerlijk
- oneerlijk verkregen
- oneerlijkheid
- oneetbaar
- oneffen
- oneffen maken
- oneigenlijk
- oneigenlijke breuk
- oneindig
- oneindig klein
- oneindige
- oneindigheid
- onelastisch
- onelegant

