ondoorlatend
has 2 meanings
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
- ondoordachtheid
- ondoordringbaar
- ondoordringbaarheid
- ondoorgrondelijk
- ondoorgrondelijkheid
ondoorlatend
- ondoorschijnend
- ondoorzichtigheid
- ondraaglijk
- ondubbelzinnig
- onduidelijk
- onduidelijk uitspreken
- onduidelijkheid
- onduldbaar
- onduleren
- onecht
- onecht kind
- onechte breuk
- oneconomisch
- oneer
- oneerbaar voorstel
- oneerbiedig
- oneerbiedigheid
- oneerlijk
- oneerlijk verkregen
- oneerlijkheid
- oneetbaar
- oneffen
- oneffen maken
- oneigenlijk
- oneigenlijke breuk

