Dutch
Portuguese
Verb forms of ondertrouwen
| irr. | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | ondertrouwend | und | ondertrouwd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | ondertrouw | ondertrouwt | ondertrouwt | ondertrouwen | ondertrouwen | ondertrouwen |
| Imperfect | ondertrouwde | ondertrouwde | ondertrouwde | ondertrouwden | ondertrouwden | ondertrouwden |
| Toekomende tijd I | zal ondertrouwen | zult ondertrouwen | zal ondertrouwen | zullen ondertrouwen | zullen ondertrouwen | zullen ondertrouwen |
| Conditionalis I | zou ondertrouwen | zou ondertrouwen | zou ondertrouwen | zouden ondertrouwen | zouden ondertrouwen | zouden ondertrouwen |
| Perfectum | heb ondertrouwd | hebt ondertrouwd | heeft ondertrouwd | hebben ondertrouwd | hebben ondertrouwd | hebben ondertrouwd |
| Voltooid verleden tijd | had ondertrouwd | had ondertrouwd | had ondertrouwd | hadden ondertrouwd | hadden ondertrouwd | hadden ondertrouwd |
| Toekomende tijd II | zal ondertrouwd hebben | zult ondertrouwd hebben | zal ondertrouwd hebben | zullen ondertrouwd hebben | zullen ondertrouwd hebben | zullen ondertrouwd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben ondertrouwd | zou hebben ondertrouwd | zou hebben ondertrouwd | zouden hebben ondertrouwd | zouden hebben ondertrouwd | zouden hebben ondertrouwd |
| Imperatief | - | ondertrouw | - | - | ondertrouwt | - |
- ondertiteld
- ondertitelen
- ondertiteling
- ondertoon
- ondertroeven
ondertrouwen
- ondertussen
- onderuit
- onderuit gaan
- onderuit komen
- onderuit laten komen
- onderuitgaan
- onderuitglijden
- onderuithalen
- onderuitzakken
- ondervangen
- onderverdelen
- onderverdeling
- onderverhuren
- onderverhuring
- onderverhuurder
- onderverhuurster
- ondervinden
- ondervinding
- ondervoed
- ondervoeden
- ondervoeding
- ondervraagde
- ondervraagster
- ondervragen
- ondervragen over

