Dutch
Portuguese
Verb forms of onderkruipen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | onderkruipend | und | onderkropen |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | onderkruip | onderkruipt | onderkruipt | onderkruipen | onderkruipen | onderkruipen |
| Imperfect | onderkroop | onderkroop | onderkroop | onderkropen | onderkropen | onderkropen |
| Toekomende tijd I | zal onderkruipen | zult onderkruipen | zal onderkruipen | zullen onderkruipen | zullen onderkruipen | zullen onderkruipen |
| Conditionalis I | zou onderkruipen | zou onderkruipen | zou onderkruipen | zouden onderkruipen | zouden onderkruipen | zouden onderkruipen |
| Perfectum | heb onderkropen | hebt onderkropen | heeft onderkropen | hebben onderkropen | hebben onderkropen | hebben onderkropen |
| Voltooid verleden tijd | had onderkropen | had onderkropen | had onderkropen | hadden onderkropen | hadden onderkropen | hadden onderkropen |
| Toekomende tijd II | zal onderkropen hebben | zult onderkropen hebben | zal onderkropen hebben | zullen onderkropen hebben | zullen onderkropen hebben | zullen onderkropen hebben |
| Conditionalis II | zou hebben onderkropen | zou hebben onderkropen | zou hebben onderkropen | zouden hebben onderkropen | zouden hebben onderkropen | zouden hebben onderkropen |
| Imperatief | - | onderkruip | - | - | onderkruipt | - |
- onderkoelen
- onderkomen
- onderkoning
- onderkopen
- onderkotsen
onderkruipen
- onderkruiper
- onderkruipster
- onderleggen
- onderleggertje
- onderliggen
- onderlijnen
- onderling
- onderling afhankelijk
- onderling gerelateerd
- onderling trouwen
- onderling verband
- onderlinge relatie
- onderlinge samenhang
- onderlopen
- onderluitenant
- ondermaats
- ondermengen
- ondermijnen
- onderneemster
- ondernemen
- ondernemend
- ondernemer
- onderneming
- onderofficier
- onderonsje

