Dutch
Portuguese
Verb forms of onderkopen
| irr. | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | onderkopend | und | onderkocht |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | onderkoop | onderkoopt | onderkoopt | onderkopen | onderkopen | onderkopen |
| Imperfect | onderkocht | onderkocht | onderkocht | onderkochten | onderkochten | onderkochten |
| Toekomende tijd I | zal onderkopen | zult onderkopen | zal onderkopen | zullen onderkopen | zullen onderkopen | zullen onderkopen |
| Conditionalis I | zou onderkopen | zou onderkopen | zou onderkopen | zouden onderkopen | zouden onderkopen | zouden onderkopen |
| Perfectum | heb onderkocht | hebt onderkocht | heeft onderkocht | hebben onderkocht | hebben onderkocht | hebben onderkocht |
| Voltooid verleden tijd | had onderkocht | had onderkocht | had onderkocht | hadden onderkocht | hadden onderkocht | hadden onderkocht |
| Toekomende tijd II | zal onderkocht hebben | zult onderkocht hebben | zal onderkocht hebben | zullen onderkocht hebben | zullen onderkocht hebben | zullen onderkocht hebben |
| Conditionalis II | zou hebben onderkocht | zou hebben onderkocht | zou hebben onderkocht | zouden hebben onderkocht | zouden hebben onderkocht | zouden hebben onderkocht |
| Imperatief | - | onderkoop | - | - | onderkoopt | - |
- onderkin
- onderkleding
- onderkoelen
- onderkomen
- onderkoning
onderkopen
- onderkotsen
- onderkruipen
- onderkruiper
- onderkruipster
- onderleggen
- onderleggertje
- onderliggen
- onderlijnen
- onderling
- onderling afhankelijk
- onderling gerelateerd
- onderling trouwen
- onderling verband
- onderlinge relatie
- onderlinge samenhang
- onderlopen
- onderluitenant
- ondermaats
- ondermengen
- ondermijnen
- onderneemster
- ondernemen
- ondernemend
- ondernemer
- onderneming

