search term:

onderbreken

  has 4 meanings, one synonym group and 3 synonyms

Dutch Dutch

onderbreken (continuïteit, bespreking, gesprek, telefoon)

English English

add comments (bespreking) chip in (bespreking) cut off (telefoon) heckle (gesprek) interrupt (continuïteit, gesprek, telefoon)

German German

abbrechen (telefoon) dazwischenfahren (bespreking) einfallen (bespreking) sich einmischen (bespreking) unterbrechen (continuïteit, gesprek, telefoon)

French French

couper (continuïteit, gesprek, telefoon) dire son mot (bespreking) interpeller (continuïteit, gesprek, telefoon) interrompre (continuïteit, gesprek, telefoon) intervenir (bespreking)

Italian Italian

interrompere (bespreking, continuïteit, gesprek, telefoon) intervenire (bespreking) intromettersi (bespreking) tagliare (continuïteit, gesprek, telefoon)

Spanish Spanish

cortar (continuïteit, gesprek, telefoon) interrumpir (bespreking, continuïteit, gesprek, telefoon) intervenir (bespreking)

Portuguese Portuguese

cortar (continuïteit, gesprek, telefoon) interromper (continuïteit, gesprek, telefoon) intervir (bespreking) intrometer-se (bespreking)

Swedish Swedish

avbryta (continuïteit, gesprek, telefoon) bryta (continuïteit, gesprek, telefoon) göra ett inpass (bespreking) häckla (continuïteit, gesprek, telefoon) sticka emellan (bespreking)


Verb forms of onderbreken

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord onderbrekend und onderbroken

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens onderbreek onderbreekt onderbreekt onderbreken onderbreken onderbreken
Imperfect onderbrak onderbrak onderbrak onderbraken onderbraken onderbraken
Toekomende tijd I zal onderbreken zult onderbreken zal onderbreken zullen onderbreken zullen onderbreken zullen onderbreken
Conditionalis I zou onderbreken zou onderbreken zou onderbreken zouden onderbreken zouden onderbreken zouden onderbreken
Perfectum heb onderbroken hebt onderbroken heeft onderbroken hebben onderbroken hebben onderbroken hebben onderbroken
Voltooid verleden tijd had onderbroken had onderbroken had onderbroken hadden onderbroken hadden onderbroken hadden onderbroken
Toekomende tijd II zal onderbroken hebben zult onderbroken hebben zal onderbroken hebben zullen onderbroken hebben zullen onderbroken hebben zullen onderbroken hebben
Conditionalis II zou hebben onderbroken zou hebben onderbroken zou hebben onderbroken zouden hebben onderbroken zouden hebben onderbroken zouden hebben onderbroken
Imperatief - onderbreek - - onderbreekt -
translation - onderbreken translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000