omvertrekken
has, 2 synonym groups and 2 synonyms
Dutch
Portuguese
Verb forms of omvertrekken
| - | omver | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | omvertrekkend | und | omvergetrokken |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | trek omver | trekt omver | trekt omver | trekken omver | trekken omver | trekken omver |
| Imperfect | trok omver | trok omver | trok omver | trokken omver | trokken omver | trokken omver |
| Toekomende tijd I | zal omvertrekken | zult omvertrekken | zal omvertrekken | zullen omvertrekken | zullen omvertrekken | zullen omvertrekken |
| Conditionalis I | zou omvertrekken | zou omvertrekken | zou omvertrekken | zouden omvertrekken | zouden omvertrekken | zouden omvertrekken |
| Perfectum | heb omvergetrokken | hebt omvergetrokken | heeft omvergetrokken | hebben omvergetrokken | hebben omvergetrokken | hebben omvergetrokken |
| Voltooid verleden tijd | had omvergetrokken | had omvergetrokken | had omvergetrokken | hadden omvergetrokken | hadden omvergetrokken | hadden omvergetrokken |
| Toekomende tijd II | zal omvergetrokken hebben | zult omvergetrokken hebben | zal omvergetrokken hebben | zullen omvergetrokken hebben | zullen omvergetrokken hebben | zullen omvergetrokken hebben |
| Conditionalis II | zou hebben omvergetrokken | zou hebben omvergetrokken | zou hebben omvergetrokken | zouden hebben omvergetrokken | zouden hebben omvergetrokken | zouden hebben omvergetrokken |
| Imperatief | - | trek omver | - | - | trekt omver | - |
synonyms for omvertrekken
- omverrijden
- omverrukken
- omverschieten
- omverslaan
- omversmijten
omvertrekken
- omvertuimelen
- omvervallen
- omverwaaien
- omverwerpen
- omverwerping
- omvliegen
- omvormbaar
- omvormen
- omvouwen
- omwaaien
- omwallen
- omwalmen
- omwandelen
- omwaren
- omwassen
- omweg
- omweiden
- omwenden
- omwentelen
- omwenteling
- omwentelings-
- omwerken
- omwerpen
- omwikkelen
- omwille van

