search term:

omverlopen

  has one meaning

Dutch Dutch

omverlopen (persoon)

English English

bowl over (persoon) knock down (persoon) knock over (persoon) run down (persoon)

German German

umwerfen (persoon) zu Fall bringen (persoon)

French French

faire tomber (persoon) renverser (persoon)

Italian Italian

abbattere (persoon) buttar giù (persoon)

Spanish Spanish

derribar (persoon) tumbar (persoon)

Portuguese Portuguese

abater (persoon) derrubar (persoon) lançar por terra (persoon)

Swedish Swedish

springa omkull (persoon)


Verb forms of omverlopen

- omver
Tegenwoordig en verleden deelwoord omverlopend und omvergelopen

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens loop omver loopt omver loopt omver lopen omver lopen omver lopen omver
Imperfect liep omver liep omver liep omver liepen omver liepen omver liepen omver
Toekomende tijd I zal omverlopen zult omverlopen zal omverlopen zullen omverlopen zullen omverlopen zullen omverlopen
Conditionalis I zou omverlopen zou omverlopen zou omverlopen zouden omverlopen zouden omverlopen zouden omverlopen
Perfectum heb omvergelopen hebt omvergelopen heeft omvergelopen hebben omvergelopen hebben omvergelopen hebben omvergelopen
Voltooid verleden tijd had omvergelopen had omvergelopen had omvergelopen hadden omvergelopen hadden omvergelopen hadden omvergelopen
Toekomende tijd II zal omvergelopen hebben zult omvergelopen hebben zal omvergelopen hebben zullen omvergelopen hebben zullen omvergelopen hebben zullen omvergelopen hebben
Conditionalis II zou hebben omvergelopen zou hebben omvergelopen zou hebben omvergelopen zouden hebben omvergelopen zouden hebben omvergelopen zouden hebben omvergelopen
Imperatief - loop omver - - loopt omver -
translation - omverlopen translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000