omvaart
has one meaning
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
- omtrekken
- omtrent
- omtuimelen
- omtuinen
- omturnen
omvaart
- omvademen
- omvallen
- omvamen
- omvang
- omvangen
- omvangrijk
- omvaren
- omvatten
- omver
- omverblazen
- omverduwen
- omvergooien
- omverhalen
- omverkantelen
- omverkegelen
- omverliggen
- omverlopen
- omverpraten
- omverrennen
- omverrijden
- omverrukken
- omverschieten
- omverslaan
- omversmijten
- omvertrekken

