omtrekken
has, one synonym group and one synonym
Dutch
Portuguese
Verb forms of omtrekken
| - | om | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | omtrekkend | und | omgetrokken |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | trek om | trekt om | trekt om | trekken om | trekken om | trekken om |
| Imperfect | trok om | trok om | trok om | trokken om | trokken om | trokken om |
| Toekomende tijd I | zal omtrekken | zult omtrekken | zal omtrekken | zullen omtrekken | zullen omtrekken | zullen omtrekken |
| Conditionalis I | zou omtrekken | zou omtrekken | zou omtrekken | zouden omtrekken | zouden omtrekken | zouden omtrekken |
| Perfectum | heb omgetrokken | hebt omgetrokken | heeft omgetrokken | hebben omgetrokken | hebben omgetrokken | hebben omgetrokken |
| Voltooid verleden tijd | had omgetrokken | had omgetrokken | had omgetrokken | hadden omgetrokken | hadden omgetrokken | hadden omgetrokken |
| Toekomende tijd II | zal omgetrokken hebben | zult omgetrokken hebben | zal omgetrokken hebben | zullen omgetrokken hebben | zullen omgetrokken hebben | zullen omgetrokken hebben |
| Conditionalis II | zou hebben omgetrokken | zou hebben omgetrokken | zou hebben omgetrokken | zouden hebben omgetrokken | zouden hebben omgetrokken | zouden hebben omgetrokken |
| Imperatief | - | trek om | - | - | trekt om | - |
synonyms for omtrekken
- omsuizen
- omtollen
- omtoveren
- omtrappen
- omtrek
omtrekken
- omtrent
- omtuimelen
- omtuinen
- omturnen
- omvaart
- omvademen
- omvallen
- omvamen
- omvang
- omvangen
- omvangrijk
- omvaren
- omvatten
- omver
- omverblazen
- omverduwen
- omvergooien
- omverhalen
- omverkantelen
- omverkegelen
- omverliggen
- omverlopen
- omverpraten
- omverrennen
- omverrijden

