Dutch
Portuguese
Verb forms of omprogrammeren
| - | om | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | omprogrammerend | und | omgeprogrammeerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | programmeer om | programmeert om | programmeert om | programmeren om | programmeren om | programmeren om |
| Imperfect | programmeerde om | programmeerde om | programmeerde om | programmeerden om | programmeerden om | programmeerden om |
| Toekomende tijd I | zal omprogrammeren | zult omprogrammeren | zal omprogrammeren | zullen omprogrammeren | zullen omprogrammeren | zullen omprogrammeren |
| Conditionalis I | zou omprogrammeren | zou omprogrammeren | zou omprogrammeren | zouden omprogrammeren | zouden omprogrammeren | zouden omprogrammeren |
| Perfectum | heb omgeprogrammeerd | hebt omgeprogrammeerd | heeft omgeprogrammeerd | hebben omgeprogrammeerd | hebben omgeprogrammeerd | hebben omgeprogrammeerd |
| Voltooid verleden tijd | had omgeprogrammeerd | had omgeprogrammeerd | had omgeprogrammeerd | hadden omgeprogrammeerd | hadden omgeprogrammeerd | hadden omgeprogrammeerd |
| Toekomende tijd II | zal omgeprogrammeerd hebben | zult omgeprogrammeerd hebben | zal omgeprogrammeerd hebben | zullen omgeprogrammeerd hebben | zullen omgeprogrammeerd hebben | zullen omgeprogrammeerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben omgeprogrammeerd | zou hebben omgeprogrammeerd | zou hebben omgeprogrammeerd | zouden hebben omgeprogrammeerd | zouden hebben omgeprogrammeerd | zouden hebben omgeprogrammeerd |
| Imperatief | - | programmeer om | - | - | programmeert om | - |
- omplooien
- ompolen
- ompoten
- omprangen
- ompraten
omprogrammeren
- omranden
- omranken
- omrasteren
- omreizen
- omrekenen
- omrijden
- omringen
- omringend
- omroep
- omroepen
- omroeper
- omroepster
- omroeren
- omrollen
- omruilen
- omrukken
- omschakelen
- omschakelen naar
- omschakeling
- omschansen
- omschenken
- omscheppen
- omschieten
- omscholen
- omscholing

