search term:

ompraten

  has 2 meanings, one synonym group and one synonym

Dutch Dutch

ompraten (mening, met gevlei overhalen)

English English

blarney (met gevlei overhalen) bring around (mening) bring over (mening) bring round (mening) cajole (met gevlei overhalen) coax (met gevlei overhalen) wheedle (met gevlei overhalen)

German German

gewinnen für (mening) herumbekommen (met gevlei overhalen) herumkriegen (mening, met gevlei overhalen) umstimmen (mening)

French French

amadouer (mening, met gevlei overhalen) amener à (mening, met gevlei overhalen) convertir (mening, met gevlei overhalen) enjôler (mening, met gevlei overhalen)

Italian Italian

convincere (mening, met gevlei overhalen) far cambiare idea a (mening, met gevlei overhalen) persuadere (mening, met gevlei overhalen) persuadere con lusinghe (mening, met gevlei overhalen)

Spanish Spanish

convencer (mening, met gevlei overhalen) convertir (mening, met gevlei overhalen) engatusar (mening, met gevlei overhalen) lisonjear (mening, met gevlei overhalen) persuadir (mening, met gevlei overhalen)

Portuguese Portuguese

convencer (mening, met gevlei overhalen) persuadir (mening, met gevlei overhalen)

Swedish Swedish

förändra (mening, met gevlei overhalen) lirka med (mening, met gevlei overhalen) locka (mening, met gevlei overhalen) omvända (mening, met gevlei overhalen) truga (mening, met gevlei overhalen)


Verb forms of ompraten

- om
Tegenwoordig en verleden deelwoord ompratend und omgepraat

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens praat om praat om praat om praten om praten om praten om
Imperfect praatte om praatte om praatte om praatten om praatten om praatten om
Toekomende tijd I zal ompraten zult ompraten zal ompraten zullen ompraten zullen ompraten zullen ompraten
Conditionalis I zou ompraten zou ompraten zou ompraten zouden ompraten zouden ompraten zouden ompraten
Perfectum heb omgepraat hebt omgepraat heeft omgepraat hebben omgepraat hebben omgepraat hebben omgepraat
Voltooid verleden tijd had omgepraat had omgepraat had omgepraat hadden omgepraat hadden omgepraat hadden omgepraat
Toekomende tijd II zal omgepraat hebben zult omgepraat hebben zal omgepraat hebben zullen omgepraat hebben zullen omgepraat hebben zullen omgepraat hebben
Conditionalis II zou hebben omgepraat zou hebben omgepraat zou hebben omgepraat zouden hebben omgepraat zouden hebben omgepraat zouden hebben omgepraat
Imperatief - praat om - - praat om -
translation - ompraten translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000