Dutch Dutch

omkopen (rechten, persoon)

English English

bribe (persoon) bribery (misdaad) bribing (misdaad) buy off (persoon) corruption (misdaad) fix (persoon) suborn (rechten)

German German

Bestechen (misdaad) Bestechung (misdaad) bestechen (persoon, rechten) korrumpieren (persoon)

French French

corrompre (persoon, rechten) corruption (misdaad) graissage de patte (misdaad) soudoyer (persoon, rechten) subornation (misdaad) suborner (persoon, rechten)

Italian Italian

comprare (persoon, rechten) comprare il silenzio (persoon, rechten) corrompere (persoon, rechten) corruzione (misdaad) subornare (persoon, rechten)

Spanish Spanish

corromper (persoon, rechten) corrupción (misdaad) sobornar (persoon, rechten) soborno (misdaad)

Portuguese Portuguese

comprar (persoon, rechten) corromper (persoon) corrupção (misdaad) subornar (persoon, rechten) subornação (misdaad) suborno (misdaad)

Swedish Swedish

besticka (persoon, rechten) korrumpera (persoon) muta (persoon, rechten)


Verb forms of omkopen

irr. om
Tegenwoordig en verleden deelwoord omkopend und omgekocht

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens koop om koopt om koopt om kopen om kopen om kopen om
Imperfect kocht om kocht om kocht om kochten om kochten om kochten om
Toekomende tijd I zal omkopen zult omkopen zal omkopen zullen omkopen zullen omkopen zullen omkopen
Conditionalis I zou omkopen zou omkopen zou omkopen zouden omkopen zouden omkopen zouden omkopen
Perfectum heb omgekocht hebt omgekocht heeft omgekocht hebben omgekocht hebben omgekocht hebben omgekocht
Voltooid verleden tijd had omgekocht had omgekocht had omgekocht hadden omgekocht hadden omgekocht hadden omgekocht
Toekomende tijd II zal omgekocht hebben zult omgekocht hebben zal omgekocht hebben zullen omgekocht hebben zullen omgekocht hebben zullen omgekocht hebben
Conditionalis II zou hebben omgekocht zou hebben omgekocht zou hebben omgekocht zouden hebben omgekocht zouden hebben omgekocht zouden hebben omgekocht
Imperatief - koop om - - koopt om -
translation - omkopen translate | Dutch dictionary