nationaliseren
has one meaning
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
Verb forms of nationaliseren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | nationaliserend | und | genationaliseerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | nationaliseer | nationaliseert | nationaliseert | nationaliseren | nationaliseren | nationaliseren |
| Imperfect | nationaliseerde | nationaliseerde | nationaliseerde | nationaliseerden | nationaliseerden | nationaliseerden |
| Toekomende tijd I | zal nationaliseren | zult nationaliseren | zal nationaliseren | zullen nationaliseren | zullen nationaliseren | zullen nationaliseren |
| Conditionalis I | zou nationaliseren | zou nationaliseren | zou nationaliseren | zouden nationaliseren | zouden nationaliseren | zouden nationaliseren |
| Perfectum | heb genationaliseerd | hebt genationaliseerd | heeft genationaliseerd | hebben genationaliseerd | hebben genationaliseerd | hebben genationaliseerd |
| Voltooid verleden tijd | had genationaliseerd | had genationaliseerd | had genationaliseerd | hadden genationaliseerd | hadden genationaliseerd | hadden genationaliseerd |
| Toekomende tijd II | zal genationaliseerd hebben | zult genationaliseerd hebben | zal genationaliseerd hebben | zullen genationaliseerd hebben | zullen genationaliseerd hebben | zullen genationaliseerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben genationaliseerd | zou hebben genationaliseerd | zou hebben genationaliseerd | zouden hebben genationaliseerd | zouden hebben genationaliseerd | zouden hebben genationaliseerd |
| Imperatief | - | nationaliseer | - | - | nationaliseert | - |
- nationaal-socialisme
- nationaal-socialist
- nationaal-socialiste
- nationale dankdag
- nationale feestdag
nationaliseren
- nationalisme
- nationalist
- nationaliste
- nationalistisch
- nationaliteit
- nationalizeren
- natmaken
- Nato
- natrappen
- natregenen
- natrekken
- natrillen
- natrium
- natrium-chloride
- natriumbicarbonaat
- natriumboraat
- natspuiten
- natte sneeuw
- natten
- nattigheid
- naturaliseren
- naturalisme
- naturalist
- naturaliste
- naturalistisch

