search term:

nationaliseren

  has one meaning


Dutch Dutch

nationaliseren (bedrijf)

English English

nationalize (bedrijf)

German German

verstaatlichen (bedrijf)

French French

nationaliser (bedrijf)

Italian Italian

nazionalizzare (bedrijf)

Spanish Spanish

nacionalizar (bedrijf)

Portuguese Portuguese

nacionalizar (bedrijf)

Swedish Swedish

förstatliga (bedrijf) nationalisera (bedrijf)


Verb forms of nationaliseren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord nationaliserend und genationaliseerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens nationaliseer nationaliseert nationaliseert nationaliseren nationaliseren nationaliseren
Imperfect nationaliseerde nationaliseerde nationaliseerde nationaliseerden nationaliseerden nationaliseerden
Toekomende tijd I zal nationaliseren zult nationaliseren zal nationaliseren zullen nationaliseren zullen nationaliseren zullen nationaliseren
Conditionalis I zou nationaliseren zou nationaliseren zou nationaliseren zouden nationaliseren zouden nationaliseren zouden nationaliseren
Perfectum heb genationaliseerd hebt genationaliseerd heeft genationaliseerd hebben genationaliseerd hebben genationaliseerd hebben genationaliseerd
Voltooid verleden tijd had genationaliseerd had genationaliseerd had genationaliseerd hadden genationaliseerd hadden genationaliseerd hadden genationaliseerd
Toekomende tijd II zal genationaliseerd hebben zult genationaliseerd hebben zal genationaliseerd hebben zullen genationaliseerd hebben zullen genationaliseerd hebben zullen genationaliseerd hebben
Conditionalis II zou hebben genationaliseerd zou hebben genationaliseerd zou hebben genationaliseerd zouden hebben genationaliseerd zouden hebben genationaliseerd zouden hebben genationaliseerd
Imperatief - nationaliseer - - nationaliseert -
translation - nationaliseren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000