Dutch Dutch

no translation found for mortificeren


Verb forms of mortificeren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord mortificerend und gemortificeerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens mortificeer mortificeert mortificeert mortificeren mortificeren mortificeren
Imperfect mortificeerde mortificeerde mortificeerde mortificeerden mortificeerden mortificeerden
Toekomende tijd I zal mortificeren zult mortificeren zal mortificeren zullen mortificeren zullen mortificeren zullen mortificeren
Conditionalis I zou mortificeren zou mortificeren zou mortificeren zouden mortificeren zouden mortificeren zouden mortificeren
Perfectum heb gemortificeerd hebt gemortificeerd heeft gemortificeerd hebben gemortificeerd hebben gemortificeerd hebben gemortificeerd
Voltooid verleden tijd had gemortificeerd had gemortificeerd had gemortificeerd hadden gemortificeerd hadden gemortificeerd hadden gemortificeerd
Toekomende tijd II zal gemortificeerd hebben zult gemortificeerd hebben zal gemortificeerd hebben zullen gemortificeerd hebben zullen gemortificeerd hebben zullen gemortificeerd hebben
Conditionalis II zou hebben gemortificeerd zou hebben gemortificeerd zou hebben gemortificeerd zouden hebben gemortificeerd zouden hebben gemortificeerd zouden hebben gemortificeerd
Imperatief - mortificeer - - mortificeert -
translation - mortificeren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000