mismaken
has one meaning, one synonym group and 3 synonyms
Dutch
German
Spanish
Portuguese
Verb forms of mismaken
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | mismakend | und | mismaakt |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | mismaak | mismaakt | mismaakt | mismaken | mismaken | mismaken |
| Imperfect | mismaakte | mismaakte | mismaakte | mismaakten | mismaakten | mismaakten |
| Toekomende tijd I | zal mismaken | zult mismaken | zal mismaken | zullen mismaken | zullen mismaken | zullen mismaken |
| Conditionalis I | zou mismaken | zou mismaken | zou mismaken | zouden mismaken | zouden mismaken | zouden mismaken |
| Perfectum | heb mismaakt | hebt mismaakt | heeft mismaakt | hebben mismaakt | hebben mismaakt | hebben mismaakt |
| Voltooid verleden tijd | had mismaakt | had mismaakt | had mismaakt | hadden mismaakt | hadden mismaakt | hadden mismaakt |
| Toekomende tijd II | zal mismaakt hebben | zult mismaakt hebben | zal mismaakt hebben | zullen mismaakt hebben | zullen mismaakt hebben | zullen mismaakt hebben |
| Conditionalis II | zou hebben mismaakt | zou hebben mismaakt | zou hebben mismaakt | zouden hebben mismaakt | zouden hebben mismaakt | zouden hebben mismaakt |
| Imperatief | - | mismaak | - | - | mismaakt | - |
synonyms for mismaken
- mislukken
- mislukking
- mislukt
- mismaakt
- mismaaktheid
mismaken
- mismeesteren
- mismoedig
- mismoedigheid
- misnoegd
- misnoegd zijn
- misnoegen
- mispakken
- mispel
- mispeuteren
- misplaatsen
- misplaatst
- misprijzen
- misprijzend
- misprikken
- misraden
- misrekenen
- misrekening
- misrijden
- missaal
- misschien
- misschieten
- misselijk
- misselijk maken
- misselijk makend
- misselijk zijn

