mismaaktheid
has 2 meanings
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
- mislopen
- mislukken
- mislukking
- mislukt
- mismaakt
mismaaktheid
- mismaken
- mismeesteren
- mismoedig
- mismoedigheid
- misnoegd
- misnoegd zijn
- misnoegen
- mispakken
- mispel
- mispeuteren
- misplaatsen
- misplaatst
- misprijzen
- misprijzend
- misprikken
- misraden
- misrekenen
- misrekening
- misrijden
- missaal
- misschien
- misschieten
- misselijk
- misselijk maken
- misselijk makend

