Dutch Dutch

no translation found for mathematizeren

English English

German German

French French

Italian Italian

Spanish Spanish

Portuguese Portuguese

Swedish Swedish



Verb forms of mathematizeren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord mathematizerend und gemathematizeerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens mathematizeer mathematizeert mathematizeert mathematizeren mathematizeren mathematizeren
Imperfect mathematizeerde mathematizeerde mathematizeerde mathematizeerden mathematizeerden mathematizeerden
Toekomende tijd I zal mathematizeren zult mathematizeren zal mathematizeren zullen mathematizeren zullen mathematizeren zullen mathematizeren
Conditionalis I zou mathematizeren zou mathematizeren zou mathematizeren zouden mathematizeren zouden mathematizeren zouden mathematizeren
Perfectum heb gemathematizeerd hebt gemathematizeerd heeft gemathematizeerd hebben gemathematizeerd hebben gemathematizeerd hebben gemathematizeerd
Voltooid verleden tijd had gemathematizeerd had gemathematizeerd had gemathematizeerd hadden gemathematizeerd hadden gemathematizeerd hadden gemathematizeerd
Toekomende tijd II zal gemathematizeerd hebben zult gemathematizeerd hebben zal gemathematizeerd hebben zullen gemathematizeerd hebben zullen gemathematizeerd hebben zullen gemathematizeerd hebben
Conditionalis II zou hebben gemathematizeerd zou hebben gemathematizeerd zou hebben gemathematizeerd zouden hebben gemathematizeerd zouden hebben gemathematizeerd zouden hebben gemathematizeerd
Imperatief - mathematizeer - - mathematizeert -
translation - mathematizeren translate | Dutch dictionary