man
has 2 meanings, 6 synonym groups and 6 synonyms
Dutch
Swedish
synonyms for man
mens [n]
echtgenoot
echtgenoot [n]
kerel
vent
koppen
koppen [n]
persoon
persoon [n]
boer
boer [n]
All Synonyms for man
- mamma
- mammectomie
- mammie
- mammoet
- mams
man
- man die lijdt aan slapeloosheid
- man die zich omhoog gewerkt heeft
- man van de daad
- man van gewicht
- manachtig
- managen
- manager
- manbaarheid
- manchet
- manchetknoop
- mand
- mandaat
- mandarijn
- mandarijntje
- mandataris
- mandateren
- mandewerk
- mandfles
- mandiën
- mandoline
- mandragora
- mandril
- mandvol
- manege
- manen

