loswerken
has one meaning, 2 synonym groups and 2 synonyms
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
Verb forms of loswerken
| - | los | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | loswerkend | und | losgewerkt |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | werk los | werkt los | werkt los | werken los | werken los | werken los |
| Imperfect | werkte los | werkte los | werkte los | werkten los | werkten los | werkten los |
| Toekomende tijd I | zal loswerken | zult loswerken | zal loswerken | zullen loswerken | zullen loswerken | zullen loswerken |
| Conditionalis I | zou loswerken | zou loswerken | zou loswerken | zouden loswerken | zouden loswerken | zouden loswerken |
| Perfectum | heb losgewerkt | hebt losgewerkt | heeft losgewerkt | hebben losgewerkt | hebben losgewerkt | hebben losgewerkt |
| Voltooid verleden tijd | had losgewerkt | had losgewerkt | had losgewerkt | hadden losgewerkt | hadden losgewerkt | hadden losgewerkt |
| Toekomende tijd II | zal losgewerkt hebben | zult losgewerkt hebben | zal losgewerkt hebben | zullen losgewerkt hebben | zullen losgewerkt hebben | zullen losgewerkt hebben |
| Conditionalis II | zou hebben losgewerkt | zou hebben losgewerkt | zou hebben losgewerkt | zouden hebben losgewerkt | zouden hebben losgewerkt | zouden hebben losgewerkt |
| Imperatief | - | werk los | - | - | werkt los | - |

