losraken
has one meaning
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Verb forms of losraken
| - | los | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | losrakend | und | losgeraakt |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | raak los | raakt los | raakt los | raken los | raken los | raken los |
| Imperfect | raakte los | raakte los | raakte los | raakten los | raakten los | raakten los |
| Toekomende tijd I | zal losraken | zult losraken | zal losraken | zullen losraken | zullen losraken | zullen losraken |
| Conditionalis I | zou losraken | zou losraken | zou losraken | zouden losraken | zouden losraken | zouden losraken |
| Perfectum | ben losgeraakt | bent losgeraakt | is losgeraakt | zijn losgeraakt | zijn losgeraakt | zijn losgeraakt |
| Voltooid verleden tijd | was losgeraakt | was losgeraakt | was losgeraakt | waren losgeraakt | waren losgeraakt | waren losgeraakt |
| Toekomende tijd II | zal losgeraakt zijn | zult losgeraakt zijn | zal losgeraakt zijn | zullen losgeraakt zijn | zullen losgeraakt zijn | zullen losgeraakt zijn |
| Conditionalis II | zou zijn losgeraakt | zou zijn losgeraakt | zou zijn losgeraakt | zouden zijn losgeraakt | zouden zijn losgeraakt | zouden zijn losgeraakt |
| Imperatief | - | raak los | - | - | raakt los | - |
- losnemen
- lospeuteren
- lospikken
- lospraten
- losprijs
losraken
- losrijden
- losroeren
- losrukken
- losrukken uit
- losscheuren
- losschieten
- losschroeven
- losschudden
- losse eindjes
- losse steentjes
- lossen
- losser maken
- losslaan
- lossnijden
- losspringen
- losstaan
- losstaand
- losstormen
- lostornen
- lostrekken
- lostrillen
- losvliegen
- loswaaien
- losweken
- loswerken

