loskrijgen
has one meaning, 2 synonym groups and 2 synonyms
Dutch
French
Swedish
Verb forms of loskrijgen
| - | los | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | loskrijgend | und | losgekregen |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | krijg los | krijgt los | krijgt los | krijgen los | krijgen los | krijgen los |
| Imperfect | kreeg los | kreeg los | kreeg los | kregen los | kregen los | kregen los |
| Toekomende tijd I | zal loskrijgen | zult loskrijgen | zal loskrijgen | zullen loskrijgen | zullen loskrijgen | zullen loskrijgen |
| Conditionalis I | zou loskrijgen | zou loskrijgen | zou loskrijgen | zouden loskrijgen | zouden loskrijgen | zouden loskrijgen |
| Perfectum | heb losgekregen | hebt losgekregen | heeft losgekregen | hebben losgekregen | hebben losgekregen | hebben losgekregen |
| Voltooid verleden tijd | had losgekregen | had losgekregen | had losgekregen | hadden losgekregen | hadden losgekregen | hadden losgekregen |
| Toekomende tijd II | zal losgekregen hebben | zult losgekregen hebben | zal losgekregen hebben | zullen losgekregen hebben | zullen losgekregen hebben | zullen losgekregen hebben |
| Conditionalis II | zou hebben losgekregen | zou hebben losgekregen | zou hebben losgekregen | zouden hebben losgekregen | zouden hebben losgekregen | zouden hebben losgekregen |
| Imperatief | - | krijg los | - | - | krijgt los | - |
synonyms for loskrijgen
- losknippen
- losknopen
- loskomen
- loskopen
- loskoppelen
loskrijgen
- loslaten
- loslaten op iemand
- loslopen
- losmaken
- losmaken van de riem
- losnemen
- lospeuteren
- lospikken
- lospraten
- losprijs
- losraken
- losrijden
- losroeren
- losrukken
- losrukken uit
- losscheuren
- losschieten
- losschroeven
- losschudden
- losse eindjes
- losse steentjes
- lossen
- losser maken
- losslaan
- lossnijden

