leem
has one meaning
Dutch
Swedish
- leegstromen
- leegte
- leegvissen
- leegzuigen
- leek
leem
- leemachtig
- leemte
- leen
- leengoed
- leenmoeder
- leenroerig
- leenstelsel
- leenster
- leenwoord
- leer
- leer der ziekteverschijnselen
- leerachtig
- leercontract
- leergang
- leergierig
- leerjaar
- leerjongen
- leerling
- leerling-automobilist
- leerlinge
- leerlingschap
- leermeester
- leerplan
- leerplichtig
- leerrijk

