Dutch
Portuguese
Verb forms of leegschrijven
| - | leeg | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | leegschrijvend | und | leeggeschreven |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | schrijf leeg | schrijft leeg | schrijft leeg | schrijven leeg | schrijven leeg | schrijven leeg |
| Imperfect | schreef leeg | schreef leeg | schreef leeg | schreven leeg | schreven leeg | schreven leeg |
| Toekomende tijd I | zal leegschrijven | zult leegschrijven | zal leegschrijven | zullen leegschrijven | zullen leegschrijven | zullen leegschrijven |
| Conditionalis I | zou leegschrijven | zou leegschrijven | zou leegschrijven | zouden leegschrijven | zouden leegschrijven | zouden leegschrijven |
| Perfectum | heb leeggeschreven | hebt leeggeschreven | heeft leeggeschreven | hebben leeggeschreven | hebben leeggeschreven | hebben leeggeschreven |
| Voltooid verleden tijd | had leeggeschreven | had leeggeschreven | had leeggeschreven | hadden leeggeschreven | hadden leeggeschreven | hadden leeggeschreven |
| Toekomende tijd II | zal leeggeschreven hebben | zult leeggeschreven hebben | zal leeggeschreven hebben | zullen leeggeschreven hebben | zullen leeggeschreven hebben | zullen leeggeschreven hebben |
| Conditionalis II | zou hebben leeggeschreven | zou hebben leeggeschreven | zou hebben leeggeschreven | zouden hebben leeggeschreven | zouden hebben leeggeschreven | zouden hebben leeggeschreven |
| Imperatief | - | schrijf leeg | - | - | schrijft leeg | - |
- leegroven
- leegruimen
- leegschenken
- leegscheppen
- leegschieten
leegschrijven
- leegschudden
- leegspuiten
- leegstaan
- leegstelen
- leegstorten
- leegstromen
- leegte
- leegvissen
- leegzuigen
- leek
- leem
- leemachtig
- leemte
- leen
- leengoed
- leenmoeder
- leenroerig
- leenstelsel
- leenster
- leenwoord
- leer
- leer der ziekteverschijnselen
- leerachtig
- leercontract
- leergang

