Dutch
Portuguese
Verb forms of invochten
| - | in | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | invochtend | und | ingevocht |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | vocht in | vocht in | vocht in | vochten in | vochten in | vochten in |
| Imperfect | vochtte in | vochtte in | vochtte in | vochtten in | vochtten in | vochtten in |
| Toekomende tijd I | zal invochten | zult invochten | zal invochten | zullen invochten | zullen invochten | zullen invochten |
| Conditionalis I | zou invochten | zou invochten | zou invochten | zouden invochten | zouden invochten | zouden invochten |
| Perfectum | heb ingevocht | hebt ingevocht | heeft ingevocht | hebben ingevocht | hebben ingevocht | hebben ingevocht |
| Voltooid verleden tijd | had ingevocht | had ingevocht | had ingevocht | hadden ingevocht | hadden ingevocht | hadden ingevocht |
| Toekomende tijd II | zal ingevocht hebben | zult ingevocht hebben | zal ingevocht hebben | zullen ingevocht hebben | zullen ingevocht hebben | zullen ingevocht hebben |
| Conditionalis II | zou hebben ingevocht | zou hebben ingevocht | zou hebben ingevocht | zouden hebben ingevocht | zouden hebben ingevocht | zouden hebben ingevocht |
| Imperatief | - | vocht in | - | - | vocht in | - |
- invloedrijkst
- invloedssfeer
- invloeien
- invluchten
- invocatie
invochten
- invoegen
- invoeging
- invoelen
- invoer
- invoerder
- invoeren
- invoerhaven
- invoerrecht
- invoerster
- involgen
- involveren
- invorderen
- invouwen
- invreten
- invriezen
- invullen
- inwaaien
- inwaarts
- inwachten
- inwalsen
- inwandelen
- inwassen
- inwateren
- inweefsel
- inwegen

