instuderen
has 2 meanings
Dutch
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Verb forms of instuderen
| - | in | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | instuderend | und | ingestudeerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | studeer in | studeert in | studeert in | studeren in | studeren in | studeren in |
| Imperfect | studeerde in | studeerde in | studeerde in | studeerden in | studeerden in | studeerden in |
| Toekomende tijd I | zal instuderen | zult instuderen | zal instuderen | zullen instuderen | zullen instuderen | zullen instuderen |
| Conditionalis I | zou instuderen | zou instuderen | zou instuderen | zouden instuderen | zouden instuderen | zouden instuderen |
| Perfectum | heb ingestudeerd | hebt ingestudeerd | heeft ingestudeerd | hebben ingestudeerd | hebben ingestudeerd | hebben ingestudeerd |
| Voltooid verleden tijd | had ingestudeerd | had ingestudeerd | had ingestudeerd | hadden ingestudeerd | hadden ingestudeerd | hadden ingestudeerd |
| Toekomende tijd II | zal ingestudeerd hebben | zult ingestudeerd hebben | zal ingestudeerd hebben | zullen ingestudeerd hebben | zullen ingestudeerd hebben | zullen ingestudeerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben ingestudeerd | zou hebben ingestudeerd | zou hebben ingestudeerd | zouden hebben ingestudeerd | zouden hebben ingestudeerd | zouden hebben ingestudeerd |
| Imperatief | - | studeer in | - | - | studeert in | - |
- instrumentatie
- instrumentenbord
- instrumenteren
- instrumentist
- instrumentiste
instuderen
- instuiven
- instulpen
- insturen
- instuwen
- insubordinatie
- insuffen
- insulair
- insuline
- insult
- insulteren
- intact
- intact houden
- intaglio
- intanden
- intapen
- inteelt
- integendeel
- integraal
- integrant
- integratie
- integreren
- integriteit
- integument
- intekenen
- intellectueel

