Dutch
Portuguese
Verb forms of instrumenteren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | instrumenterend | und | geïnstrumenteerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | instrumenteer | instrumenteert | instrumenteert | instrumenteren | instrumenteren | instrumenteren |
| Imperfect | instrumenteerde | instrumenteerde | instrumenteerde | instrumenteerden | instrumenteerden | instrumenteerden |
| Toekomende tijd I | zal instrumenteren | zult instrumenteren | zal instrumenteren | zullen instrumenteren | zullen instrumenteren | zullen instrumenteren |
| Conditionalis I | zou instrumenteren | zou instrumenteren | zou instrumenteren | zouden instrumenteren | zouden instrumenteren | zouden instrumenteren |
| Perfectum | heb geïnstrumenteerd | hebt geïnstrumenteerd | heeft geïnstrumenteerd | hebben geïnstrumenteerd | hebben geïnstrumenteerd | hebben geïnstrumenteerd |
| Voltooid verleden tijd | had geïnstrumenteerd | had geïnstrumenteerd | had geïnstrumenteerd | hadden geïnstrumenteerd | hadden geïnstrumenteerd | hadden geïnstrumenteerd |
| Toekomende tijd II | zal geïnstrumenteerd hebben | zult geïnstrumenteerd hebben | zal geïnstrumenteerd hebben | zullen geïnstrumenteerd hebben | zullen geïnstrumenteerd hebben | zullen geïnstrumenteerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben geïnstrumenteerd | zou hebben geïnstrumenteerd | zou hebben geïnstrumenteerd | zouden hebben geïnstrumenteerd | zouden hebben geïnstrumenteerd | zouden hebben geïnstrumenteerd |
| Imperatief | - | instrumenteer | - | - | instrumenteert | - |
- instrumentaal
- instrumentalist
- instrumentaliste
- instrumentatie
- instrumentenbord
instrumenteren
- instrumentist
- instrumentiste
- instuderen
- instuiven
- instulpen
- insturen
- instuwen
- insubordinatie
- insuffen
- insulair
- insuline
- insult
- insulteren
- intact
- intact houden
- intaglio
- intanden
- intapen
- inteelt
- integendeel
- integraal
- integrant
- integratie
- integreren
- integriteit

