search term:

instrueren

  has, one synonym group and 4 synonyms

Dutch Dutch

no translation found for instrueren


Verb forms of instrueren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord instruerend und geïnstrueerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens instrueer instrueert instrueert instrueren instrueren instrueren
Imperfect instrueerde instrueerde instrueerde instrueerden instrueerden instrueerden
Toekomende tijd I zal instrueren zult instrueren zal instrueren zullen instrueren zullen instrueren zullen instrueren
Conditionalis I zou instrueren zou instrueren zou instrueren zouden instrueren zouden instrueren zouden instrueren
Perfectum heb geïnstrueerd hebt geïnstrueerd heeft geïnstrueerd hebben geïnstrueerd hebben geïnstrueerd hebben geïnstrueerd
Voltooid verleden tijd had geïnstrueerd had geïnstrueerd had geïnstrueerd hadden geïnstrueerd hadden geïnstrueerd hadden geïnstrueerd
Toekomende tijd II zal geïnstrueerd hebben zult geïnstrueerd hebben zal geïnstrueerd hebben zullen geïnstrueerd hebben zullen geïnstrueerd hebben zullen geïnstrueerd hebben
Conditionalis II zou hebben geïnstrueerd zou hebben geïnstrueerd zou hebben geïnstrueerd zouden hebben geïnstrueerd zouden hebben geïnstrueerd zouden hebben geïnstrueerd
Imperatief - instrueer - - instrueert -
translation - instrueren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000