Dutch
Portuguese
Verb forms of instormen
| - | in | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | instormend | und | ingestormd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | storm in | stormt in | stormt in | stormen in | stormen in | stormen in |
| Imperfect | stormde in | stormde in | stormde in | stormden in | stormden in | stormden in |
| Toekomende tijd I | zal instormen | zult instormen | zal instormen | zullen instormen | zullen instormen | zullen instormen |
| Conditionalis I | zou instormen | zou instormen | zou instormen | zouden instormen | zouden instormen | zouden instormen |
| Perfectum | ben ingestormd | bent ingestormd | is ingestormd | zijn ingestormd | zijn ingestormd | zijn ingestormd |
| Voltooid verleden tijd | was ingestormd | was ingestormd | was ingestormd | waren ingestormd | waren ingestormd | waren ingestormd |
| Toekomende tijd II | zal ingestormd zijn | zult ingestormd zijn | zal ingestormd zijn | zullen ingestormd zijn | zullen ingestormd zijn | zullen ingestormd zijn |
| Conditionalis II | zou zijn ingestormd | zou zijn ingestormd | zou zijn ingestormd | zouden zijn ingestormd | zouden zijn ingestormd | zouden zijn ingestormd |
| Imperatief | - | storm in | - | - | stormt in | - |
- institutionalizeren
- institutioneel
- instituut
- instomen
- instoppen
instormen
- instorten
- instorting
- instoten
- instouwen
- instrijken
- instromen
- instructeur
- instructie
- instructie voor de pleiter
- instructief
- instructies
- instructies geven aan
- instructrice
- instrueren
- instrument
- instrumentaal
- instrumentalist
- instrumentaliste
- instrumentatie
- instrumentenbord
- instrumenteren
- instrumentist
- instrumentiste
- instuderen
- instuiven

