instoppen
has one meaning
Dutch
English
German
French
Italian
Portuguese
Swedish
Verb forms of instoppen
| - | in | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | instoppend | und | ingestopt |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | stop in | stopt in | stopt in | stoppen in | stoppen in | stoppen in |
| Imperfect | stopte in | stopte in | stopte in | stopten in | stopten in | stopten in |
| Toekomende tijd I | zal instoppen | zult instoppen | zal instoppen | zullen instoppen | zullen instoppen | zullen instoppen |
| Conditionalis I | zou instoppen | zou instoppen | zou instoppen | zouden instoppen | zouden instoppen | zouden instoppen |
| Perfectum | heb ingestopt | hebt ingestopt | heeft ingestopt | hebben ingestopt | hebben ingestopt | hebben ingestopt |
| Voltooid verleden tijd | had ingestopt | had ingestopt | had ingestopt | hadden ingestopt | hadden ingestopt | hadden ingestopt |
| Toekomende tijd II | zal ingestopt hebben | zult ingestopt hebben | zal ingestopt hebben | zullen ingestopt hebben | zullen ingestopt hebben | zullen ingestopt hebben |
| Conditionalis II | zou hebben ingestopt | zou hebben ingestopt | zou hebben ingestopt | zouden hebben ingestopt | zouden hebben ingestopt | zouden hebben ingestopt |
| Imperatief | - | stop in | - | - | stopt in | - |
- institutionaliseren
- institutionalizeren
- institutioneel
- instituut
- instomen
instoppen
- instormen
- instorten
- instorting
- instoten
- instouwen
- instrijken
- instromen
- instructeur
- instructie
- instructie voor de pleiter
- instructief
- instructies
- instructies geven aan
- instructrice
- instrueren
- instrument
- instrumentaal
- instrumentalist
- instrumentaliste
- instrumentatie
- instrumentenbord
- instrumenteren
- instrumentist
- instrumentiste
- instuderen

