imposant
has one meaning
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
- imponerend
- impopulair
- import
- importeren
- importeur
imposant
- impotent
- impotentie
- impregneren
- impresario
- impressie
- impressionisme
- impressionist
- impressioniste
- improvisatie
- improviseren
- improvizeren
- impuls
- impulsie
- impulsief
- impulsiviteit
- imputeren
- in
- in 's hemelsnaam
- in aanbouw
- in aanmerking genomen
- in aanmerking komend
- in aanmerking nemen
- in aantal overtreffen
- in aantocht
- in acht nemen

