Dutch Dutch

no translation found for idealizeren


Verbformen von idealizeren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord idealizerend und geïdealizeerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens idealizeer idealizeert idealizeert idealizeren idealizeren idealizeren
Imperfect idealizeerde idealizeerde idealizeerde idealizeerden idealizeerden idealizeerden
Toekomende tijd I zal idealizeren zult idealizeren zal idealizeren zullen idealizeren zullen idealizeren zullen idealizeren
Conditionalis I zou idealizeren zou idealizeren zou idealizeren zouden idealizeren zouden idealizeren zouden idealizeren
Perfectum heb geïdealizeerd hebt geïdealizeerd heeft geïdealizeerd hebben geïdealizeerd hebben geïdealizeerd hebben geïdealizeerd
Voltooid verleden tijd had geïdealizeerd had geïdealizeerd had geïdealizeerd hadden geïdealizeerd hadden geïdealizeerd hadden geïdealizeerd
Toekomende tijd II zal geïdealizeerd hebben zult geïdealizeerd hebben zal geïdealizeerd hebben zullen geïdealizeerd hebben zullen geïdealizeerd hebben zullen geïdealizeerd hebben
Conditionalis II zou hebben geïdealizeerd zou hebben geïdealizeerd zou hebben geïdealizeerd zouden hebben geïdealizeerd zouden hebben geïdealizeerd zouden hebben geïdealizeerd
Imperatief - idealizeer - - idealizeert -
translation - idealizeren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000