search term:

idealiseren

  has one meaning

Dutch Dutch

idealiseren (algemeen)

English English

idealize (algemeen)

German German

idealisieren (algemeen)

French French

idéaliser (algemeen)

Italian Italian

idealizzare (algemeen)

Spanish Spanish

idealizar (algemeen)

Portuguese Portuguese

idealizar (algemeen)

Swedish Swedish

idealisera (algemeen)


Verbformen von idealiseren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord idealiserend und geïdealiseerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens idealiseer idealiseert idealiseert idealiseren idealiseren idealiseren
Imperfect idealiseerde idealiseerde idealiseerde idealiseerden idealiseerden idealiseerden
Toekomende tijd I zal idealiseren zult idealiseren zal idealiseren zullen idealiseren zullen idealiseren zullen idealiseren
Conditionalis I zou idealiseren zou idealiseren zou idealiseren zouden idealiseren zouden idealiseren zouden idealiseren
Perfectum heb geïdealiseerd hebt geïdealiseerd heeft geïdealiseerd hebben geïdealiseerd hebben geïdealiseerd hebben geïdealiseerd
Voltooid verleden tijd had geïdealiseerd had geïdealiseerd had geïdealiseerd hadden geïdealiseerd hadden geïdealiseerd hadden geïdealiseerd
Toekomende tijd II zal geïdealiseerd hebben zult geïdealiseerd hebben zal geïdealiseerd hebben zullen geïdealiseerd hebben zullen geïdealiseerd hebben zullen geïdealiseerd hebben
Conditionalis II zou hebben geïdealiseerd zou hebben geïdealiseerd zou hebben geïdealiseerd zouden hebben geïdealiseerd zouden hebben geïdealiseerd zouden hebben geïdealiseerd
Imperatief - idealiseer - - idealiseert -
translation - idealiseren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000