search term:

huiveren

  has 3 meanings, 2 synonym groups and 3 synonyms

Dutch Dutch

huiveren (kou, vrees, gevoelens)

English English

get the creeps (gevoelens) quail (vrees) shake (kou) shiver (gevoelens, kou, vrees) shudder (gevoelens, kou, vrees) tremble (kou) wince (vrees)

German German

Gänsehaut bekommen (gevoelens) beben (kou) bibbern (kou) grauen (gevoelens) gruseln (gevoelens) schaudern (gevoelens, kou, vrees) schauern (gevoelens) schlottern (kou) zittern (kou, vrees) zusammenzucken (vrees)

French French

frissonner (gevoelens, kou, vrees) frémir (gevoelens, kou, vrees) grelotter (gevoelens, kou, vrees) trembler (gevoelens, kou, vrees) trembloter (kou, vrees) tressaillir (vrees) être glacé d'effroi (gevoelens, kou, vrees) être saisi d'horreur (gevoelens, kou, vrees)

Italian Italian

battere i denti (kou, vrees) fremere (kou, vrees) rabbrividire (gevoelens, kou, vrees) sobbalzare (vrees) spaventarsi (gevoelens, kou, vrees) trasalire (vrees) tremare (gevoelens, kou, vrees) tremolare (kou, vrees) venire i brividi (gevoelens, kou, vrees)

Spanish Spanish

dar repugnancia (gevoelens, kou, vrees) estremecerse (gevoelens, kou, vrees) hacer una mueca de terror (vrees) temblar (gevoelens, kou, vrees) tiritar (kou, vrees)

Portuguese Portuguese

estremecer (gevoelens, kou, vrees) ter calafrios (gevoelens, kou, vrees) ter tremores (gevoelens, kou, vrees) tiritar (kou, vrees) tremer (gevoelens, kou, vrees) tremer de medo (vrees)

Swedish Swedish

darra (gevoelens, kou, vrees) huttra (gevoelens, kou, vrees) rysa (gevoelens, kou, vrees) rysa till (vrees) skaka (gevoelens, kou, vrees) skälva (gevoelens, kou, vrees)


Verbformen von huiveren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord huiverend und gehuiverd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens huiver huivert huivert huiveren huiveren huiveren
Imperfect huiverde huiverde huiverde huiverden huiverden huiverden
Toekomende tijd I zal huiveren zult huiveren zal huiveren zullen huiveren zullen huiveren zullen huiveren
Conditionalis I zou huiveren zou huiveren zou huiveren zouden huiveren zouden huiveren zouden huiveren
Perfectum heb gehuiverd hebt gehuiverd heeft gehuiverd hebben gehuiverd hebben gehuiverd hebben gehuiverd
Voltooid verleden tijd had gehuiverd had gehuiverd had gehuiverd hadden gehuiverd hadden gehuiverd hadden gehuiverd
Toekomende tijd II zal gehuiverd hebben zult gehuiverd hebben zal gehuiverd hebben zullen gehuiverd hebben zullen gehuiverd hebben zullen gehuiverd hebben
Conditionalis II zou hebben gehuiverd zou hebben gehuiverd zou hebben gehuiverd zouden hebben gehuiverd zouden hebben gehuiverd zouden hebben gehuiverd
Imperatief - huiver - - huivert -
translation - huiveren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000