search term:

hiberneren

  has one meaning

Dutch Dutch

hiberneren (zoölogie)

English English

hibernate (zoölogie)

German German

Winterschlaf halten (zoölogie)

French French

hiberner (zoölogie)

Italian Italian

ibernare (zoölogie)

Spanish Spanish

hibernar (zoölogie)

Portuguese Portuguese

hibernar (zoölogie)

Swedish Swedish

gå i ide (zoölogie)


Verbformen von hiberneren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord hibernerend und gehiberneerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens hiberneer hiberneert hiberneert hiberneren hiberneren hiberneren
Imperfect hiberneerde hiberneerde hiberneerde hiberneerden hiberneerden hiberneerden
Toekomende tijd I zal hiberneren zult hiberneren zal hiberneren zullen hiberneren zullen hiberneren zullen hiberneren
Conditionalis I zou hiberneren zou hiberneren zou hiberneren zouden hiberneren zouden hiberneren zouden hiberneren
Perfectum heb gehiberneerd hebt gehiberneerd heeft gehiberneerd hebben gehiberneerd hebben gehiberneerd hebben gehiberneerd
Voltooid verleden tijd had gehiberneerd had gehiberneerd had gehiberneerd hadden gehiberneerd hadden gehiberneerd hadden gehiberneerd
Toekomende tijd II zal gehiberneerd hebben zult gehiberneerd hebben zal gehiberneerd hebben zullen gehiberneerd hebben zullen gehiberneerd hebben zullen gehiberneerd hebben
Conditionalis II zou hebben gehiberneerd zou hebben gehiberneerd zou hebben gehiberneerd zouden hebben gehiberneerd zouden hebben gehiberneerd zouden hebben gehiberneerd
Imperatief - hiberneer - - hiberneert -
translation - hiberneren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000