heten
has one meaning
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
Verbformen von heten
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | hetend | und | geheet |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | heet | heet | heet | heten | heten | heten |
| Imperfect | heette | heette | heette | heetten | heetten | heetten |
| Toekomende tijd I | zal heten | zult heten | zal heten | zullen heten | zullen heten | zullen heten |
| Conditionalis I | zou heten | zou heten | zou heten | zouden heten | zouden heten | zouden heten |
| Perfectum | heb geheet | hebt geheet | heeft geheet | hebben geheet | hebben geheet | hebben geheet |
| Voltooid verleden tijd | had geheet | had geheet | had geheet | hadden geheet | hadden geheet | hadden geheet |
| Toekomende tijd II | zal geheet hebben | zult geheet hebben | zal geheet hebben | zullen geheet hebben | zullen geheet hebben | zullen geheet hebben |
| Conditionalis II | zou hebben geheet | zou hebben geheet | zou hebben geheet | zouden hebben geheet | zouden hebben geheet | zouden hebben geheet |
| Imperatief | - | heet | - | - | heet | - |
- het zonder stellen
- het zou mij niets verbazen als
- het zou mij niets verwonderen als
- het zuur
- het één zijn
heten
- hetero
- heterodox
- heterofiel
- heterofiele
- heterofilie
- heterogeen
- heteroman
- heteroseksualiteit
- heteroseksueel
- heteroseksuele
- heterovrouw
- hetgeen
- hetzelfde
- hetzelfde zijn als een speld in een hooiberg zoeken
- hetzij ... hetzij ...
- heugen
- heuglijk
- heulen
- heup
- heup-
- heupwiegen
- heuristiek
- heuristisch
- heus
- heuvel

