search term:

haperen

  has one meaning, 2 synonym groups and 5 synonyms

Dutch Dutch

haperen (stem)

English English

falter (stem) waver (stem)

German German

stecken bleiben (stem) stocken (stem)

French French

hésiter (stem) s'entrecouper (stem)

Italian Italian

esitare (stem) interrompersi (stem)

Spanish Spanish

entrecortarse (stem) vacilar (stem)

Portuguese Portuguese

falhar (stem) tremular (stem)

Swedish Swedish

stocka sig (stem)


Verbformen von haperen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord haperend und gehaperd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens haper hapert hapert haperen haperen haperen
Imperfect haperde haperde haperde haperden haperden haperden
Toekomende tijd I zal haperen zult haperen zal haperen zullen haperen zullen haperen zullen haperen
Conditionalis I zou haperen zou haperen zou haperen zouden haperen zouden haperen zouden haperen
Perfectum heb gehaperd hebt gehaperd heeft gehaperd hebben gehaperd hebben gehaperd hebben gehaperd
Voltooid verleden tijd had gehaperd had gehaperd had gehaperd hadden gehaperd hadden gehaperd hadden gehaperd
Toekomende tijd II zal gehaperd hebben zult gehaperd hebben zal gehaperd hebben zullen gehaperd hebben zullen gehaperd hebben zullen gehaperd hebben
Conditionalis II zou hebben gehaperd zou hebben gehaperd zou hebben gehaperd zouden hebben gehaperd zouden hebben gehaperd zouden hebben gehaperd
Imperatief - haper - - hapert -
translation - haperen translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000