search term:

grosseren

  has one meaning

Dutch Dutch

grosseren (rechten)

English English

engross (rechten)

German German

ausfertigen (rechten)

French French

grossoyer (rechten)

Italian Italian

redigere (rechten) stendere (rechten)

Spanish Spanish

redactar (rechten)

Portuguese Portuguese

lavrar (rechten)

Swedish Swedish

avfatta (rechten)


Verbformen von grosseren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord grosserend und gegrosseerd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens grosseer grosseert grosseert grosseren grosseren grosseren
Imperfect grosseerde grosseerde grosseerde grosseerden grosseerden grosseerden
Toekomende tijd I zal grosseren zult grosseren zal grosseren zullen grosseren zullen grosseren zullen grosseren
Conditionalis I zou grosseren zou grosseren zou grosseren zouden grosseren zouden grosseren zouden grosseren
Perfectum heb gegrosseerd hebt gegrosseerd heeft gegrosseerd hebben gegrosseerd hebben gegrosseerd hebben gegrosseerd
Voltooid verleden tijd had gegrosseerd had gegrosseerd had gegrosseerd hadden gegrosseerd hadden gegrosseerd hadden gegrosseerd
Toekomende tijd II zal gegrosseerd hebben zult gegrosseerd hebben zal gegrosseerd hebben zullen gegrosseerd hebben zullen gegrosseerd hebben zullen gegrosseerd hebben
Conditionalis II zou hebben gegrosseerd zou hebben gegrosseerd zou hebben gegrosseerd zouden hebben gegrosseerd zouden hebben gegrosseerd zouden hebben gegrosseerd
Imperatief - grosseer - - grosseert -
translation - grosseren translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000