Dutch Dutch

no translation found for grenzen


Verb forms of grenzen

def. -
Tegenwoordig en verleden deelwoord grenzend und gegrensd

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens - - grenst - - grenzen
Imperfect - - grensde - - grensden
Toekomende tijd I - - zal grenzen - - zult grenzen
Conditionalis I - - zal grenzen - - zullen grenzen
Perfectum - - heeft gegrensd - - hebben gegrensd
Voltooid verleden tijd - - had gegrensd - - hadden gegrensd
Toekomende tijd II - - zal gegrensd hebben - - zult gegrensd hebben
Conditionalis II - - zal hebben gegrensd - - zullen hebben gegrensd
Imperatief - - - - - -
translation - grenzen translate | Dutch dictionary

Top search queries dictionary English

1 - 200 · 201 - 1000 · 1001 - 2000 · 2001 - 3000 · 3001 - 4000 · 4001 - 5000 · 5001 - 7000 · 7001 - 10000 · 10001 - 20000 · 20001 - 50000